Bekrachtiging van de onderlinge eiland relaties.
Met de pogingen om zich te ontdoen van de moslims, sloten de ’heidenen'
pela verbonden en, misschien voor het eerst, werden zulke verbonden
gesloten voorbij (over) de grenzen van de eilanden (heen).
De socio- kulturele eenheid van de regio was, zoals gewoonelijk, gebaseerd op
rivaliteit tussen Patasiwa en Patalima maar ook binnen deze groepen, dat is op
grond van negatieve integratie; die rivaliteit heeft haar wortels in het systeem
van vete (vijandschap) zonder welke het koppesnellen niet mogelijk is. Sociale
banden tussen eilanden moeten hebben bestaan vóór deze periode, door handel,
genealogiese banden van migranten met hun dorp van afkomst, en in mindere mate,
huwelijken gesloten tussen verschillende stammen, Toch markeert de eenmaking van
verscheidene dorpen, vaak meerdere eilanden tesamen tegen een gemeenschappelijke
vijand, een overgangsfase in de onderlinge band onder de Ambonezen. Een nieuw
systeem van sociale relaties gebaseerd op vriendschap begint op te komen, die tenslotte
zal leiden tot de schepping (het ontstaan) van een algemeen ambonese identiteit die
de religieuze grenzen overstijgt en waarin pela ook mede zal zijn omgevormd en
verder gaat om een belangrijke rol te spelen.
De pela—schap tussen de dorpen van Booi (Saparua), Hualoi (Ceram), Aboru
en Kariuw (beiden op Haruku), volgen uit zo’n konflikt tussen de ’heiden' en moslim
bevolking (Kariuw was toen nog een geheel ’heidens’ dorp kort voor 1600).
De centrale figuur in het verhaal van deze pelaschap was een kapitan van het dorp Aboru
genaamd Tuwa Saya. Tuwa Saya was een van de zeven broers die met hun vader leefden
in Watui, een dorp in de west ceramese bergen aan de Tala rivier. Op een keer was er
een grote watervloed, en de zeven zonen werden overspoeld en in de richting van de zee
gedreven op een bamboevlot. Dichtbij het dorp van Hualoi slaagden de broers erin door
met hun handen te peddelen naar het land en de veiligheid toe. Eén van de broers genaamd
Lussy, bleef in Hualoi en deze familie werd daar de regeerder. De andere zes broers voeren
westwaarts langs de kust en liepen bij Tihulale binnen waar één van de broers, Tualena,
zich vestigde. De overgebleven vijf voeren pal naar het zuiden naar de noordelijke kust
van Haruku eiland waar Tua Salai van boord ging en zich vestigde in de heuvels op een
plaats genaamd Amamahina (een vroegere vestigingsplaats van het dorp Kariuw.
(Ama= dorp ; mahina = vrouw). De andere vier voeren verder door de Straat van Saparua tot aan
Hatulawane-punt
(Cooley’s informant gaf aan Hatulawane de betekenis “de steen waar mannen,
in lendedoek gekleed, aan land gingen om te eten; hatu = rots/steen;
lawane = vezelachtige stof, de binnenste van een schors; het wordt ook gebruikt
als naam voor de lendestuk (kleed) die hiervan gemaakt wordt. Nu wordt deze plaats
Hatuwalane genoemd). Daar vestigden zich twee van hen, de ene genaamd Hattu
stopte te Haria, en de andere ging over de heuvel naar het zuiden toe en vestigde
zich in Booi. Hij werd Hatusupit genoemd, "puntige rots" daar hij zich vestigde aan
de punt van het schiereiland. De overige twee broers zeilden terug naar Haruku eiland
en stopten bij de oostkust waar de ene afdaalde naar de plaats genaamd Seitraloi, de
ander naar Latuasiaman. De eerste was de jongste van de zeven; aanvankelijk werd hij
Suria Malessy genoemd, betekenent: ‘de jongste broer,maar ook dapper en sterk’ .
De tweede broer van het paar was de oudste. Hij werd vroeger Latu Malessy genoemd,
dat betekende: ‘zuiver goud maar ook heldhaftig (deze vertaling is figuurlijk). Een meer
letterlijke vertaling van Latu Malessy zou zijn ‘leider van (alle) kapitans, zuiver als goud,
in de betekenis van het oorspronkelijke inheemse hoofd van alle oorlogsleiders’; latu,= koning;
malessy = held (koppesneller); kapitan = oorlogsleider). De oudste broer wenste de jongste
bij hem te houden,maar deze wilde niet met hem wonen, dus liet de oudste broer hem
gaan en noemde hem van toen af aan Leuhery, dat betekende ‘wel ga gang en verlaat me’.
Op die manier koos ieder zijn eigen plaats. In Seitraloi waren er reeds mensen
—Seilale— die door Leuhery verdreven werden. Zij trokken naar het oost-westen van
het schiereiland Ambon waar ze het dorp Seilale stichtten. Geen van de twee broers waren
toen getrouwd, aangezien beiden nog jong waren. De oudste, die de naam Tuwa Saya had
aangenomen (tuwa/tua/: =de oudste), degene die de rechten en de macht van de vader erfde;
(Saya = peddelen met de handen, herinnerend aan het incident bij Hualoi) raakte
verloofd met een meisje uit Haturessi (nu Hulaliu; het dorp,of vroeger mogelijk alleen een
segment van dit was deel van de moslim uh Hatuhaha). Op een dag ging hij zijn verloofde
bezoeken. Toen hij de woonplaats van zijn jongste broer passeerde, zei deze honend tegen
hem: “ Dus jij bent een kapitan, een groot en heldhaftig strijder. Toch wil jij een meisje
trouwen, dat aan de kust. Schaam je je niet ?“. De oudste broer voelde zich beledigd; toch
volgde hij de raad van zijn jongste broer op en veranderde van
richting en ging naar de marktplaats van Uruwasal - een grote markt in vroegere tijden
(in de Aboru—versie werd de markt te Amaika gehouden, maar het schijnt dat er een
speciale marktplaats open was voor allen in Haruku.
Uruwasal wordt in de Kariuw—versie genoemd). Bijna direkt zag hij een mooi meisje en
werd op haar verliefd. Hij introduceerde zich zelf aan haar en sprak over zijn bedoelingen.
Echter het meisje minachtte hem door onprettige opmerkingen te maken over zijn lage
status als kustbewoner. Toen het meisje thuiskwam, vertelde zij haar vader( deze was
re geerder van het machtige moslim dorp Amaika op een hoge berg ten noorden
van Aboru) over het incident. Hij werd erg boos en zwoer wraak op Tuwa Saya, omdat het
meisje reeds verloofd was met de regeerder van Oma. Tuwa Saya ook in woede ontstoken,
keerde terug naar zijn wooplaats en beraadde met zijn broer hoe Amaika te vernietigen
om de beledigingen te wreken, waaraan hij was blootgesteld door het meisje. De beide
broers werden echter geconfronteerd met het feit dat Amaika een grote uli was, bestaande
uit vier dorpen of districten (Amaika,Amakihu,Riumete en Asalaloi) en het was erg ontoegankelijk.
Ze realiseerden zich dat Amaika erg moeilijk te onderwerpen zou zijn vanwege de grote
bevolking en de natuurlijke omgeving. Om achter het preciese aantal inwoners te komen, brachten
de twee broers een lading zout naar de markt om het te verkopen. Daar zout een zeldzame
handelsartikel was en daarom moeilijk te krijgen, wilde iedereen uit Amaika erwat van kopen.
Als voorwaarde stonden de broers erop dat ieder gezinshoofd het totaal aantal personen in
dat gezin moet opgeven. Op die manier verkregen zij het juiste cijfer. De opgave om Amaika te
veroveren was duidelijk te groot voor de twee broers, daarom riepen zij de hulp in van kapitan
Nahumury, die in de buurt woonde. Nahumury zelf, die samen met Tuwa Saya de eer was
gegeven het dorp Aboru te hebben gesticht, was daar blijkbaar kortgeleden aangekomen
vanuit het Bugis gebied van Zuid Sulawesi. Hij was de zoon van koning Nawihi Putia van de berg
Bonto Batu waar hij en zijn vijf broers verstrikt raakten in een strijd om de troonopvolging.
Tenslotte besliste zijn vader dat zijn enige dochter het rijk zou erven en dat zijn zonen
overal naartoe zouden kunnen gaan zoals zij zich dat wensten. De zes broers legden
hun geschillen bij en gingen aan boord van een zeilschip, hun reis beginnend van Tinambung
naar Bontai naar Z W. Sulawesi naar het Bangai schiereiland en over de Molukse zee naar
Jailolo (Halmahera). Echter toen zij erachter kwamen dat de Islam daar was binnengedrongen,
verplaatsten zij zich naar de Sula eirlanden en
vandaar naar het Sial punt aan het zuidwest eind van Hoamoal. Zij bleven hier enigen
maanden, maar toen zij door mawé (waarzeggerij) vernamen dat er spoedig oorlog
zou uitbreken op Hoamoal (met de Portugezen) gingen zij weer varen en deze keer in
de richting van Ambon eiland. Uiteindelijk landden zij te Waai, waar de eerste broer,
Tua Nahu zich ophield. De anderen gingen verder met een lange avontuurlijke reis
gelijkend op die van Tuwa Saya en zijn broers; één voor één vertrokken zij om zich te
vestigen in Tulehu(Ambon), Haruku dorp, Hutumuri(Ambon) en Titawai(NusaLeut). De
laatste en jongste broer landde te Aboru en nam de naam Nahumuri aan (= de laatste Nahu).
Niemand leefde in Aboru en hij was nog steeds 'kaffir’, dat is een ’heiden’. De Portugezen
waren nog niet op het toneel verschenen, maar de Islam was al ingevoerd en er waren
twee hoofdcentra op het eiland te vinden namelijk Alaka in het Hatuhaha gebied en
Amaika in het Oma gebied (indien het verhaal te vertrouwen is, dan zou dit zijn komst
kunnen dateren ergens tussen 1480 en 1520, gebruik makend van de traditionele datum voor
de advent van de Islam in Ambon Lease). Nahumuri leefde enige tijd op de plaats wat nu
de huidige haven van Aboru is, maar maakte daarna zijn woonplaats in de heuvels op een
berg genaamd Uru Kope. Deze plaats, "hangend hoofd" betekenend, werd zo genoemd omdat
Nahumuri de zuster van de kapitan van het nabijgelegen dorp Wassu wilde trouwen, maar hij
werd afgewezen omdat hij een nieuwkomer was en terstond werd de kapitan door Nahumuri
gedood,die het hoofd van de kapitan aan een boom hing dichtbij zijn woning. Nadat Tuwa Saya
en zijn jongste broer de belofte van hulp hadden gekregen, gingen zij naar hun andere broers
om hulp te vragen. Die uit Booi, Kariuw en Hualoi antwoordden en kwamen met troepen
(Hualoi is nu een moslim dorp en volgens Barloesius is het in 1627 islamities geworden, hij
beweerde ook dat zij met Ternate sympatiseerden, maar hadden zichzelf onderworpen aan
het Nederlands gezag. Zeker is dat Hualoi tijdens de Amaika oorlog geheel ‘heidens’ was).
De troepen hadden een geheime ontmoeting in de bergen ten noorden van Amaika, bij
een rivier genaamd Wai Honimuki Arui, waar de strategie werd besproken. De kapitans
zweerden een eed van oorlog om hun macht te vergroten en hun eenheid te versterken.
Nadat de plechtige eed was genomen, namen zij te middernacht hun posities in rondom
de vestingen van Amaika en wachtten op het begin van de dageraad
(ongeveer 3 a.m. in dit gebied). Bij dit teken ontketenden kapitan Tuwa Saya en kapitan Nahumuri
met hun mannen de aanval op de noordoost kant van de kota (vesting, versterkte vestiging) terwijl de andere
kapitans gedeployeerd (militaire term) waren in een gesloten cirkel rondom de kota, op
zo’n manier alle ontsnappingswegen afsluitend. Zij sneden en slachtten hun vijanden af,
inklusief vrouwen en kinderen, tot het aanbreken van de dag, totdat bleek dat er niemand
meer levend was. Toen gingen Tuwa Saya en Nahumuri de lichamen tellen. Het bleek dat
er één minder was, vergeleken met de eerdere telling op de markt. Dus begonnen zij naar
de enige overlevende te zoeken, deze werd door Tuwa Saya gevonden en had zich in een
grote drum verstopt in hun baileu. Toen hij de drum omkeerde, viel de prinses eruit, de
dochter van de sultan van Amaika, wier naam was Samalhuak inai
( de glanzende vrucht van de Samarboom). Zij greep Tuwa Saya, die zij vroeger versmaad
had bij de geslachtsdelen zo hard dat de kapitan bijna overmand werd. Hij kon nog net
schreeuwen om kapitan Nahumuri te laten komen en hem te helpen. Deze kwam aangesneld,
hief zijn zwaard en stond op het punt de prinses te doden als Tuwa Saya tussenbeide kwam
en zei: “Laat haar, we zullen haar samen met de buit verdelen”. Na de vernietiging van
Amaika, trokken de kapitans van Aboru, Kariuw, Booi en Hualoi naar een plaats genaamd
Hatuinameten waar zij een pela-broederschap sloten voor alle tijden. Als standvastige basis
voor deze relatie,werd er een slaaf (behorend tot de kapitan Lussy van Hualoi) levend
begraven. Maar voordat hij geheel en al bedekt was, werd er een kokosnoot doormidden
gesneden en de ene helft werd op het hoofd geplaatst van de slaaf, daarna werd er een
belofte en een eed gezworen. In de Kariuw-versie van dit verhaal, ontsnapten enige mensen
van Amaika naar de andere moslim uli, Hatuhaha, en mogelijk ook naar Hitu. Hitu zond
troepen naar Haruku, maar zij werden verwoestend verslagen en hun graven zijn nu nog
te vinden bij de Wailapia-rivier, dichtbij de huidige plaats kariuw.
Het is hoogst onwaarschijnelijk dat deze oorlog begonnen is vanwege het afwijzen van
een huwelijksaanzoek. De oorsprong ligt eerder in de diepe rancunes tussen moslims
en niet-moslims, een feit extra benadrukt door informanten die beweren dat de moslims
ieder ander zoeken te elimineren, dat zeker het geval was nadat het christendom zijn weg
had gevonden in dit gebied. Maar de oorlogen tussen moslims en niet-moslims kunnen niet
zuiver gezien worden als religieuze konflicten. Het is aannemelijker te zeggen dat het, boven
alle andere overwegingen uit, oorlogen waren om territorium, zelfs in het christelijke tijdperk.
Vijandigheid tussen deze twee groepen die gebaseerd was op religie, was onbekend.
Deze pela-schap geeft een glimp van hoe zulke verbonden tussen eilanden gesloten
werden, en verschaft enig idee over de sociale omgang in een traditionele ambonese
gemeenschap. Wanneer Tuwa Saya hulp nodig had, ging hij eerst naar een vriendelijke
buur, maar daarnaast verzocht hij om hulp van zijn broers op de andere eilanden, van wie
sommigen antwoordden, Zij op hun beurt brachten andere kapitans mee van hun
respektievelijke dorpen, zoals vermeld is van de dorpen Booi en Hualoi. Dit bracht
waarschijnelijk het sluiten van een pela-schap voort, die anders niet noodzakelijk was
geweest, indien alleen verwante clans bij betrokken waren.
Sociale wederzijdse invloed tussen clans claimend op genealogiese banden kwam
waarschijnelijk erg weinig voor en werd gewoonelijk alleen in tijden van nood geaktiveerd,
zoals nu nog het geval is (ongeveer 25 jaar geleden kwam de familie Nahumarusi uit het
moslim dorp Tulehu, afstammelingen van één van de broers van Nahumuri naar het christelijke
dorp Aboru om financiele hulp te vragen, zodat zij het gewijde graf (karamat) van hun voorouder
konden herbouwen, op die manier zou de gewijdheid en mystieke krachten worden hernieuwd.
De afstammelingen van Nahumuri in Aboru erkenden de verwantschap en gaven hun bijdrage).
Deze banden geclaimd door Tuwa Saya en Nahumuri zijn tamelijk bekend en gewoonelijk
herinnerd vandaag de dag door alle betrokken clans. Echter de term "broeder’’ (broer) kan niet
altijd letterlijk worden opgevat. Terwijl in sommige gevallen echte bloedverwantschappen mogen
hebben bestaan, bestond in andere gevallen ‘broeders’ (broers) uit verscheidene clans of families
die samen opreisden vanwege wederzijdse bescherming, maar vaak scheidden zij zich weer van
elkaar als zij hun bestemming bereikten. Soms werden zulke reizende gezelschappen gevormd als
twee of meerdere migranten families elkaar tegenkwamen, in andere tijden, scheidden groepen of
verscheidene families zich af van hun oorspronkelijke dorpen vanwege interne dorpskonflicten of
hele dorpen verplaatsten zich, na betrokken te zijn geweest bij vetes of vanwege natuurrampen.
Het was zo’n soort gebeurtenis die de oorzaak was dat Tuwa Saya en zijn groep ging migreren
(de verhalen over migratie handelen altijd over één enkel kapitan. Maar zulke personen reisden
waarschijnelijk zelden alleen en het moet zo begrepen worden dat elk genoemd persoon symbolies
staat voor een hele familie of clan).
Met dank aan Dieter Bartels Augustus 1977.